De Zuidelijke Nederlanden onder Albrecht en Isabella
1598-1618
De Zuidelijke Nederlanden bestonden uit de provmc1es Artesie, Kamerijk, Henegouwen, Waals Vlaanderen (Rijsel, Oorschie en Dowaai), Namen, Luxemburg en Vlaanderen, Brabant en Gelre32• Alhoewel het centrum van de Spaanse macht in Madrid lag, vonden veel van de diplomatieke activiteiten in en rond Brussel plaats. Dat komt omdat de Zuidelijke Nederlanden geografisch gezien een cruciale rol speelden in een aantal gebeurtenissen waarin Spanje ver el was, zoals het conflict met de Noordelijke Nederlanden en de Gulik-Kleef-successie33.
De Spaanse vorst Filips II verwachtte in eerste instantie dat zijn dochter Isabella hem zou opvolgen. Toen de latere Filips III geboren werd, behield Filips II de Nederlanden voor aan Isabella. Ze zou een soevereine vorst worden maar de werkelijke regeermacht kwam bij haar toekomstige echtgenoot te liggen. Filips II regelde een huwelijk voor haar met de toenmalige gouvemeur van de Nederlanden, Emest van Oostenrijk, maar deze laatste stierf voortijdig. Albrecht van Oostenrijk, de broer vari Emest, was de tweede kandidaat4 • Ter voorbereiding werd ook Albrecht in 1596 naar de Zuidelijke Nederlanden gestuurd a1s gouvemeur. Dit was tevens een poging van Spanje om de aandacht te trekken van het Keizerrijk voor de Nederlandse zaak. De oorlog met de Noordelijke Nederlanden die begonnen was in het midden van de zestiende eeuw, verzwakte Spanje, dat hulp zocht bij het Keizerrijk voor de verdediging van het Zuiden35• Albrecht, die zijn opvoeding genoot in Spanje, was kardinaal maar stapte uit het kerkelijke ambt om met zijn nicht te trouwen 36• Toen hij in 1598 terugging naar Madrid om in april 1599 te huwen met Isabella, werd hij tijdens zijn afwezigheid gedurende één jaar vervangen door een neef, aartshertog en kardinaal-diaken Andries van Oostenrijk37•
33 Ch.HCARTER, "Belgian 'autonomy' under the Archdukes, 1598-1621" in: The Joumal ofModem
History, vol XLVI, 9/1964,3, p.245.
34 Ch.HCARTER, art.cit., p. 247.
V. BRANTS, La Belgigue au XVIIe siecle. Albert et Isabelle. Études d'Histoire Politigue et Sociale, Louvain, Paris; 1910, pp.8-9.
35 R VALLADARES, "La Monarquía Hispánica y el problema de los Países Bajos", in: Albrecht en
Isabella 1598-1621: Essays, s.l., Brepols, 1998, p.50.
36 Ch.HCARTER, art.cit., p.247.
H DE SCHEPPER, R VERMEIR, "Landvoogd - Gouvemeur-Generaaf' in: De centrale
overheidsinstellingen van de Habsburgse Nederlanden (1482-1795), I, Brussel, Algemeen Rij"ksarchiet:
1995, p.198.
8
Kort voor zijn dood, op 6 mei 1598, schonk Filips II de Nederlanden aan het paar door middel van de Akte van Afstand38• Filips II kon niet rekenen op de sympathie van het volk in de Nederlanden, ondanks de religieuze band en hoopte door de Akte van Afstand een zo groot mogelijk deel katholiek te houden en de Nederlanden blijvend te binden aan het Huis van Habsburg. De Akte van Afstand had betrekking op de zeventien provincien, zowel de gehoorzame als de rebelse. De Nederlanden zouden terug in Spaanse handen komen, indien de aartshertogen geen erfgenaam zouden voortbrengen. Als hun kind een dochter was, zou deze moeten trouwen met de Spaanse vorst ofzijn opvolger.
Elke nieuwe Spaanse koning moest zijn goedkeuring verlenen aan de Akte van Mstand bij de troonsbestijging. De Nederlanden mochten geen handel voeren met de Indien en de vorsten moesten katholiek blijven. Ze kregen wel inspraak in af te sluiten verdragen en mochten ambassadeurs uitzenden en ontvangen39• Oorspronkelijk bepaalde de Akte dat indien Isabella als eerste kwam te overlijden, Albrecht opnieuw gouverneur zou worden van de Nederlanden. Op 1 februari vaardigde 1601 Filips III een verordening uit waardoodit recht ook aan Isabella werd toegekend 40 •
De onafhankelijkheid was echter maar halfslachtig want de Akte bevatte een reeks geheime clausules. De aartshertogen stemden er mee in katholiek te blijven, ketters te vervolgen en hen niet toe te laten in hun gebieden. Op die manier maakte Spanje het de aartshertogen zo goed als onmogelijk om tot een snel vredesverdrag te komen met de Republiek. Voorts waren er een aantal forten, waarnemer dat van Antwerpen, Gent en Kamerijk, voorbehouden aan de Spanjaarden voor de verdediging van de Lage landen. De militaire leiders werden benoemd door Madrid, zonder inspraak van Albrecht. Spanje stuurde nog steeds geld en troepen naar de Nederlanden en zo bleef de uiteindelijke beslissingsmacht over oorlog en vrede in de Nederlanden een Madrileense aangelegenheid41 • De Spaanse vorst deed dus verwoede inspanningen om zijn invloed in de Lage Landen te bewaren. In het begin van de aartshertogelijke regeerperiode probeerde Filips III Albrecht trouwens nog te overtuigen om de Zuidelijke Nederlanden opte geven in ruil voor een ander gebied, tevergeefs echter42 •
39 V. BRANTS, op.cit., pp.6-l7.
40 R VERMEIR, op.cit., p.l8.
H. LONCHAY, "Le serment de fidélité preté par les Belges a Philippe III en 1616' in: Mélanges Paul
Fredericg, Bruxelles, Henri Lamertin, 1904, p.312.
41 V. BRANTS, op.cit., pp. 23-24.
P. JANSSENS, " Het bestand in de Zuidelijke Nederlanden 1609-1621" in: (Nieuwe) Algemene
Geschiedenis der NederlandVl, Haarlem, 1979, p.315.
W. THOMAS, " Andromeda Unbound. The Reign of Albert and Isabella in the Southern Netherlands,
42 H. LONCHAY, artcit, p.312.
Het buitenland geloofde dan ook niet in de vermeende onafhankelijkheid. Frankrijk en Engeland stonden nog steeds eerder vijandig ten opzichte van de Zuidelijke Nederlanden, de banden met Spanje bleven te strak aangehaald. Wel sloten het Frankrijk van Hendrik IV en Spanje het vredesverdrag van Vervins in 1598 en na de dood van Filips II begon Filips III ook te onderhandelen met Elisabeth van Engeland43•
Het bestuur in de Zuidelijke Nederlanden in de zestiende eeuw bestond in hoofdzaak uit de drie collaterale raden: de Raad van State, de Geheime Raad en de Raad van Financiën. De bevoegdheden van de Raad van State zijn altijd slecht gede: finieerd geweest en stonden niet vast44 • Oorspronkelijk behandelde men in de Raad van State enkel grote en belangrijke zaken zoals problemen aangaande de staat, de leiding en regering, oorlog en vrede, diplomatie en administratie van de Zuidelijke Nederlanden45 •
In de aartshertogelijke periode werd de Raad van State, die enkel raadgevend werkte, officieel geleid door Albrecht maar na 1605 tot de dood van de aartshertog werd de Raad zelden of nooit meer bijeen geroepen46 • Andere zaken zoals 'gracie, justicie ende policie' werden overgelaten aan de Geheime Raad. Onder 'policie' viel in die periode ook de uitvaardiging van edicten, ordonnanties en plakkaten en instructies. Voorts besliste de Geheime Raad over aanstellingen voor ambten in de Grote Raad van Mechelen en in de Provinciale Raden en was ze het hoogste bestuur van justitie. Het Spaanse leger in de Zuidelijke Nederlanden, dat tussen de zeventig- en de tachtigduizend manschappen telde, had zijn eigen gerechtelijke instellingen. Elke zaak waarin een soldaat betrokk: en was, werd zo aan de controle van de Geheime Raad onttrokken47 • Eén van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Geheime Raad onder de aartshertogen was dcodificatie en de eenmaking van het straf- en burgerlijk recht, dat resulteerde in de publikatie van het Eeuwig Edict op 12 juli 16 II48 • De Raad van Financiën had als belangrijkste taak het beheren van de domeinen en, de financiën van de vorst en de Grote Raad van Mechelen was de opperste gerechtshot49•
44 H DE SCHEPPER, G. PARKER; art.cit., p.242.
45 H DE SCHEPPER, "Les archiducs et les institutions du gouvernement au Pays-Bas espagnol, 1596-
1621"in: Albrecht en Isabella 1598-1621: Essays, s.l., Brepols, 1998, p.222. V. BRANTS, op.cit, pp.68-71.
46 H DE SCHEPPER, art.cit., p.222.
47 H DE SCHEPPER, G. PARKER; art.cit., p.244-247.
H DE SCHEPPER, "Geheime Raad'' in: De centrale overheidsinstellingen van de habsburgse
Nederlanden (1482-1795), 1, Brussel, Algemeen Rijksarchie1995, pp.305-308.
48 P. GEYL, op.cit., p.26.
H DE SCHEPPER, art.cit, p.221-224. P. JANSSENS, art.cit., p.318.
49 H DE SCHEPPER, "Les archiducs et les institutions du gouvernement au Pays-Bas espagnol, 1596-
162l"in: Albrecht en lsabella 1598-1621: Éssays, s.l., Brepols, 1998, p.222.
De raden werden overwegend bevolkt door legisten. Dit waren ambtenaren zonder politieke representativiteit, die uitsluitend vanwege hun administratieve deskundigheid
|
Onder Albrecht en Isabella taande de macht van de Raad van State ten voordele van de Geheime Raad en vooral van de junta's, een soort van commissies waarin vrijwel uitsluitend Spaanse hoge ambtenaren en o: fficieren zetelden die beraadslaagden over diplomatieke en militaire kwesties51• Bij de Akte van Mstand en de besprekingen van de voorwaarden werd geen enkele van de drie raden geraadpleegd52• Het oude paleis van de hertogen van Brabant op de Koudenberg in Brussel diende als bestuurscentrum voor de collaterale raden en de junta's en als verblijfplaats voor de aartshertogen53•
Spanje mengde zich minder in zaken aangaande de binnenlandse politiek, maar ook op dit gebied werd regelmatig met commissies gewerkt, waarin dan toch af en toe bepaalde Zuidnederlanders werden opgenomen, zoals Richardot, Peckius of Jean Richardot was voorzitter van de Geheime Raad.. Tot zijn dood in 1609 domineerde hij de binnenlandse politiek, maar wat militaire zaken betrof, was hij veel
|
Pas in 1614 werd zijn
functie opnieuw ingevuld door Engelbert Maes.
|
Louis Verreyken was tegelijkertijd audiëntie en eerste secretaris van State. Hij was een zeer capabele man en diende al sinds 1578 onder de gouvemeurs van Filips II. Zijn politieke en diplomatieke opdrachten overschreden ruimschoots de gebruikelijke
50 H. DE SCHEPPER, "Les archiducs... ", p.221-224. P. JANSSENS, art.cit., p.315.
51 H. DE SCHEPPER, "Les archiducs... ", p.222.
52 H. DE SCHEPPER, "Les archiducs... ", pp.228-229.
53 H. DE SCHEPPER, "Les archiducs... ", p.221.
54 H. DE SCHEPPER, "Les archiducs... ", p.229. W. THOMAS, art.cit., p.6-7.
55 H. DE SCHEPPER, "Les archiducs... ", pp.221-227. P. JANSSENS, art.cit., p.315-317. H. DE SCHEPPER, G. PARKER; art.cit., p.248.
56 H. DE SCHEPPER, "Les archiducs... ", pp.221-227. P. JANSSENS, art.cit., p.315-317.
adnrinistratieve activiteiten die bij zijn functie hoorden . In 1620 werd hij opgevolgd door zijn zoon Louis-Fran ois Verreyken, die even bekwaam was als zijn vader57•
Het 'Spaanse ministerie' was vooral van belang voor de buitenlandse politiek en ontstond uit een groep hoge Castiliaanse functionarissen die de graaf van Fuentes, die toen gouvemeur werd van .de Zuidelijke Nederlanden, vergezelden in 1592 bij zijn aankomst in de Lage Landen. Het Madrileens hof bepaalde welke raadgevers erin terecht kwamen. De Staten Generaal protesteerden in hun bijeenkomst van augustus 1598 fel tegen de aanwezigheid van de machtige Spaanse ministers en van de informele junta's. Maar de aartshertogen erkenden hun bestaan en onder hun regering werden ze zelfs invloedrijker dan ooit. Het waren vooral Zúñiga, de Spaanse ambassadeur; Mancicidor, de secretaris van State de Oorlog; Spinola, de legeraanvoerder en Brizuela, de biechtvader van Albrecht, die aan impact wonnen, ten koste van onder andere de Staten-Generaal. Ze maakten alle vier deel uit van het Spaans ministerie en konden, niet tegenstaande ze aangesteld waren door Madrid, tevens beschouwd worden als vertrouwelingen van de aartshertogen58•
Het feit dat Spanje een ambassadeur stuurde naar de Zuidelijke Nederlanden zou men kunnen zien als een, tenminste officiële, erkenning van de soevereiniteit.
De eerste, en enige belangrijke, Spaanse ambassadeur te Brussel vóór la Cueva, was
|
Via hem oefende Filips III invloed uit op de aartshertogen. Zuñiga bracht gedetailleerd verslag uit aan de koning over allerlei zaken zoals de toestand van het Spaanse leger in de oorlog met de Verenigde Provinciën of de besteding van het geld, atkomstig uit Madrid. Ook speelde hij een belangrijke rol in de diplomatieke betrekkingen met Frankrijk en Engeland. Spanje had, kort voor de dood van Filips II, met Frankrijk de vrede van Vervins gesloten maar de vorst was van mening dat Albrecht de nodige afstand moest bewaren ten aanzien van Hendrik IV. Dat maakte hij hem duidelijk langs Zuñiga om. Ook via de ambassadeur wilde Filips III regelen dat Isabella de opvolgster werd van de oude Elizabeth van Engeland. Dat zou betekenen dat de Zuidelijke Nederlanden terug bij Spanje zouden gaan horen en dat de Engelse protestanten niet bepaald tevreden zouden zijn met de katholieke koningin. Zuñiga achtte deze "ruil" niet redelijk en weigerde het voorstel op tafel te leggen bij Albrecht. De vertegenwoordiger van de koning bezat ook een belangrijke
58 H. DE SCHEPPER, "Les archiducs... ", pp.228-229. H. DE SCHEPPER, G. PARKER; art.cit., p.248-249
59 Zúñiga was gedurende vier jaar ambassadeur te Brussel, van 1599 tot 1603. Daarna vertegenwoordigde hij Filips III aan het hofvan Parijs (1607-1608) en Wenen (1608-1616). In 1618 keerde hij terug naar Madrid waar hij zetelde in de Consejo de Estado. Na de dood van Filips IV werd hij voorzitter van de Raad van Financieen.
De twee volgende Spaanse ambassadeurs waren onbetekenende :figuren61•
De Spaanse instelling "Consejo Supremo de Flandes y Borgoña", die vóór de overdracht van de Nederlanden verantwoordelijk was voor de officiële correspondentie met de regering in Brussel, werd afgeschaft. In plaats daarvan richtte men de "Secretario de Estado de la casa de Borgoña" op, die werkte onder de supervisie van de "Consejo de Estado" van Spanje. De instelling die in Brussel door de Spaanse koning verantwoordelijk werd gesteld voor die correspondentie, was de "Secretario de Estado y de Guerra"62• De voertaal was het Spaans. Juan de Mancicidor was het hoofd van de Secretarie. Deze instelling controleerde ook de financiën van het Zuid-Nederlandse leger. Al de correspondentie tussen Albrecht en Filips III ging langs Mancicidor om. Hij moest enkel verantwoording afleggen aan de koning maar werd tevens een vertrouweling van Albrecht. Mancicidor bleef hoofd van de Secretarie van State en Oorlog tot aan zijn dood in 1618 waarna de functie werd verdeeld tussen Mathéo de Urquina die de militaire documenten behandelde en Pedro de San Juan die diplomatiek secretaris werd63•
Tijdens het bewind van de aartshertogen was Ambrogio Spinola de belangrijkste raadgever van de koning in de Spaanse Nederlanden. Reeds in 1606 kreeg Spinola, een Genuees, van Filips III een opdracht met veel verantwoordelijkheid; indien Isabella als eerste zou overlijden, zou Albrecht gouverneur worden op voorwaarde dat hij een eed van trouw zou afleggen aan de Spaanse koning. Als Albrecht zou weigeren, moest Spinola hem opsluiten in de citadel van Antwerpen en zou de generaal de macht in handen krijgen64•
Als vertrouweling van zowel Filips III als Albrecht was Spinola's invloed doorslaggevend op militair, diplomatiek en bestuursgebied 65• Spinola werd, ondanks het feit dat hij op het slagveld niet veel ervaring had, benoemd tot algemene kampoverste en wist de tegenspoed van het Spaanse leger in de Nederlanden om te buigen in een aantal overwinningen. Hij bewaarde het evenwicht tussen de belangen van Filips III en die van Albrecht. Dat deed Spinola door bijvoorbeeld controle uit te
1621)" in: Revue Beige de Philosophie et d'Histoire, II, 1923, pp.61-69.
61 Don Sancho de la Cerda, markies de la Lagtma de la Cameros (1603-1606) en Philippe Cardona, markies de Guadaleste (1607-1616)
62 H. DE SCHEPPER, "Les archiducs... ", p.228.
63 W. THOMAS, art.cit., p.6-7.
CH.H. CHARTER, art.cit., p.249-250.
64 W. THOMAS, art.cit., p.6.
Rovale d'Archéologie de Belgique, 1924, II, pp.203-204.
oefenen op het bewind van de aartshertog maar ook door er bij de koning voor te pleiten om een vredesbestand af te sluiten met de Republiek. Ten derde beheerde hij als Superintendente General de Hacienda het geld bestemd voor het leger en zorgde hij ervoor dat het efficient gebruikt werd66 •
In echt belangrijke aangelegenheden van buitenlandse zaken en defensie was de mening van de koning nog altijd doorslaggevend. Zo legde Filips III tot 1606 een verbod op aan Richardot om onderhandelaars naar Den Haag te sturen om tot een mogelijk bestand te komen. In dat jaar kon Spinola de kon\ngo overhalen\ om met de rebellen in dialoog te treden. Aan de gesprekken, die begonnen in 1607 en resulteerden in een tijdelijke wapenstilstand, mochten Peckius, Verreyken en Richardot deelnemen maar de Collaterale Raden werden andermaal buitengesloten. Filips III duidde Spinola en Mancicidor aan als zijn persoonlijke vertegenwoordigers tijdens de vredesbesprekingen en hij zorgde ervoor dat alle onderhandelingen via hen moesten verlopen67•
In december 1608, na een jaar van onderhandelen, had de aartshertog met de rebellen een overeenkomst bereikt voor een bestand van tien jaar. Hij erkende de onafhankelijkheid van de Verenigde Provinciën en beloofde om binnen de drie maanden de handtekening van Filips III te bekomen. De koning had echter altijd geweigerd de Verenigde Provincien als soeverein gebied te aanvaarden.
Iñigo de Brizuela, de biechtvader van Albrecht en sinds 1609 lid van de Raad van State, werd door de aartshertog naar Filips III gestuurd om hem ervan te overtuigen het Twaalfjarig Bestand goed te keuren. De overeenkomst was lang onderwerp van
|
Toch was Filips III allesbehalve gelukkig met het bereikte Bestand. Het knagen van de Noord-Nederlands aan het Spaanse koloniale imperium en de uitzichtloze situatie van de Spaanse schatkist deden de koning toch buigen.
Spanje had aanvaard dat de Schelde zou gesloten blijven, dat op godsdienstig vlak een status quo zou heersen, bovenop de erkenning van de Noordelijke Nederlanden als vrije landen, provincies en staten. Daar stond van de kant van de rebellen niets wezenlijks tegenover69•
Zolang de oorlog tegen de Verenigde Provinciën had aangehouden, zorgde de aanwezigheid van Spaanse troepen ervoor dat de controle van Spanje op de Zuidelijke Nederlanden groot bleef. De demobilisatie had het aantal Spaanse troepen echter
67 H. DE SCHEPPER, G. PARKER; art.cit., p.249-254. C. H. CHARTER, art.cit., p.254.
68 W. THOMAS, art.cit., p.6.
J. LEFEVRE, "Le Ministere Espagnol...", pp.205-207.
69 R VERMEIR, op.cit., p.30.
14
drastisch vermindert. Dit betekende niet dat de aartshertogen nu vrij konden opereren, maar wel dat de greep iets losser werd. Volgens Janssens werd het bestand door Spaanse ogen dan ook gezien als een mislukking van de in twee fazen geplande hereniging: aanvankelijk die tussen Noord en Zuid onderling, vervolgens die tussen de Nederlanden en Spanje70•
Daarom begon vanaf 1613 Filips III er bij Albrecht op aan te dringen om de Nederlanden trouw te laten zweren aan de vorst, toen tevens duidelijk werd dat de gezondheid van Albrecht er op achteruit ging en er geen troonopvolger zou komen. Zo zou de Spaanse vorst bij de dood van één van de aartshertogen onmiddellijk de volle macht bezitten als legitieme erfgenaam en zou hij de trage procedure van de eedaflegging door de verschillende Staten achter de rug hebben. Dit was een delicate kwestie voor Albrecht en Isabella, omdat beide aartshertogen nog in leven waren. Toch stemde Albrecht in met de eedaflegging en op 18 juli 1616 hadden alle Staten en de aartshertog zelf trouw gezworen aan de Spaanse koning, zonder bezwaren te maken71 •
71 H. LONCHAY, art.cit, pp.314-317. W. THOMAS, art.cit., p.6.
No hay comentarios:
Publicar un comentario