lunes, 9 de enero de 2012

2


INLEIDING


Kardinaal Don Alonso de la Cueva, markies van Bedmar, was in de periode 1619-1632 Spaans ambassadeur in de Zuidelijke Nederlanden. Onder de 'souvereine' aartshertogen Albrecht en Isabella en vanaf 1621 onder de landvoogdes, ontpopte hij zich tot een invloedrijk politicus. Zijn belang was reeds gebleken uit de eindverhandeling van Alain Verhaegen daterend van 1947. Verhaegen werkten echter uitsluitend met uitgegeven bronnen, zoals de nuntiatuurberichten en de Correspondance de la Cour d'Espagne. In dit werk konden meer uitgebreide oorspronkelijke bronnen uit Simancas worden geraadpleegd. Ze omvatten voomamelijk consulten van de Consejo de Estado, brieven van de Spaanse koningen Filips III en Filips IV aan Bedmar en gedeeltelijk de correspondentie van de ambassadeur met Madrid. Daarnaast werden in beperktere mate liassen uit het Rijksarchief van Brussel geconsulteerd. De vermelde uitgegeven bronnen werden gebruikt ter aanvulling.


Dit werk vangt aan met een beknopt relaas over de familie la Cueva en een belichting van Bedmars ambtstermijn als Spaans ambassadeur te Venetie. Een volgend inleidend stuk wordt gewijd aan de politieke situatie de aartshertogen, vóór de aankomst van Bedmar in de Nederlanden. Met dit deel wordt een algemeen kader geschetst waarbinnen de activiteiten van de ambassadeur in de Zuidelijke Nederlanden gesitueerd kunnen worden.
Het eigenlijke onderzoek werd in drie delen onderverdeeld. Het eerste vangt aan met de aankomst van Bedmar te Brussel en rondt af met de dood van aartshertog Albrecht en de installatie van zijn gemalin Isabella als landvoogdes onder Filips IV.
Het tweede deel start in het jaar dat Bedmar bevorderd werd tot kardinaal en sluit af met de laatste belangrijke overwinning van Spinola: Breda.
Het laatste deel behandelt de laatste periode van la Cueva ‘s ambassadeurschap in de Zuidelijke Nederlanden waarin zijn belang taande.
Elke periode werd onderverdeeld in verschillende thema's die elk de gehele tijdspanne behandelen.
In het eerste deel (1619-1621) van de verhandeling wordt er onderzoek verricht naar de politieke invloed van Bedmar naast de aartshertogen, de positie van de ambassadeur in het proces van de herinlijving van de Zuidelijke Nederlanden door Spanje en ziJn aandeel in het promoten van de juntawerking ten nadele van de Collaterale Raden. In verband met de heropname van de oorlog met de Verenigde Provincien is er aandacht voor Bedmars diplomatieke positie in de bestandsonderhandelingen en zijn eventuele inbreng in het beleid van de armada. Tevens wordt de coordinerende functie van de ambassadeur onderzocht als hoofd van spionagenetwerken Wat betreft de Spaanse hulptroepen voor de invasie in de Neder palts wordt nagekeken in hoeverre Bedmar hierbij betrokken was.

In het tweede deel (1622-1625) wordt nagegaan in welke mate Bedmar betrokken was bij de organisatie van de eedaflegging aan Filips IV en wat zijn verwezenlijkingen waren in het beleid van de Zuidelijke Nederlanden. Tevens zullen enkele aspecten uit Bedmar´s persoonlijke leven worden bestudeerd. De onderzoeksvragen betreffende de Noordelijke Nederlanden uit het eerste deel worden doorgetrokken, waaraan zijn opinie over de belegering van Breda en het standpunt van de kardinaal over de rivierblokkade worden toegevoegd. Wat betreft het Rijk zal er aandacht geschonken worden aan Bedmar´s betrokkenheid bij de vredesonderhandelingen in de Palts en het a: fSmeken van Duitse hulp in de oorlog tegen de Staatse.
Het laatste deel wordt gewijd aan onderzoek van de reactie van la Cueva op de haatopwellingen van het volk jegehs zijn persoon na het verlies van 's Hertogen Bosch. De overname van de ambassadeurspost door Aytona en het waarom van zijn steeds uitgestelde vertrek komen ook aan bod. In het hoofdstuk over de Verenigde Provinciën wordt de visie van de kardinaal over de mislukte bestandsonderhandelingen nagegaan, en opnieuw zijn rol in het armada- en spionagebeleid. Het rivierbeleid wordt kort belicht en er wordt onderzocht of la Cueva betrokken was bij het Almirantazgo­ project.
Deze thesis eindigt met het vertrek van la Cueva naar Rome.

SITUATIESCHETS


Delen van de familiegeschiedenis tonen aan dat Alonso de la Cueva, markies van Bedmar, uit een belangrijk adellijk geslacht afkomstig was. Over de nabije verwatert en de jeugd van Alonso de la Cueva zijn er bijna geen gegevens gevonden. Bekend is dat de markies geboren was in 1572 1
 en dat zijn broer, Juan de la Cueva, ook een diplomatieke carrière uitbouwde2 •
De titel van markies van Bedmar werd voor het eerst toegekend op 15 juni 1614 aan Don Alonso de la Cueva en bestaat nog steeds3•
In een tekst van rond 1627 maakte Bedmar gewag van een eventueel huwelijk van zijn zoon met de dochter van de hertog van Mantua. Verdere gegevens over deze verbintenis zijn er niet gevonden, het is niet waarschijnlijk dat ze is doorgegaan4 •


De laatste mannelijke afstammeling van deze tak van de familie la Cueva was Don Isidore de la Cueva y Benavides. Hij diende de Spaanse koning als generaal en diplomaat in de Lage Landen op het einde van de zeventiende eeuw5• Op 13 januari 1706 verhief de koning hem tot Grande de España, wat mee te wijten kon zijn aan de verdiensten van zijn voorouders6 .


Don Alonso de la Cueva als Spaans ambassadeur te Venetie (1607-1619)


In november 1607 werd Bedmar door Filips ITI gekozen tot Spaan5 ambassadeur te Venetië als vervanger van don Iñigo de Cátdenas7• De post in Venetie was van groot belang want het paleis van San Giacoma dell'Orio was voor de Spaanse koningen een
•
 
 centrum waar men sne1 informatie inwon over de Europese politiek8




1 "Cueva (Alfonso de la, Marqués de Bedmar)'' in: Enciclopedia Universal ..., p.l045.
2 A. VERHAEGEN, Le Cardinal Alphonse de la Cueva. Marquis de Bedmar, Leuven, (onuitgegeven. Licentiaatsverhandeling K.U.L.), p.2.
3 In 1998 droeg de heer Don Julio de Heredia y Halcon de titel van markies van Bedmar.
Guia Oficial de Grandezas y Títulos del Reino, Madrid, Ministerio de Justicia, p.60.
4
' y que tambien le dixo el dho ambax.or que su amo desea que el cardenal su hijo se case con su nieta
hija del Duque de Mantua...'Consulta Consejo de Estado, s.d (AGS E 2041, z.f.)
5 A. VERHAEGEN, loc.cit..
6 Guía Oficial..., p.60.
7 C. SECO, "El conflicto de 1606-1607 y sus consecuencias" in: Homenaje a Jaime Vicens Vives, Barcelona, Universidad de Barcelona, Facultad de filosofia y letras; 1967, p.636.
8 RS., "Bedmar, Don Alonso della Cueva, marquis de)" in: La Grande Encyclopédie..., p.  II29.

Filips III stond sterk in Italië en was heer over grote delen ervan: Sardinie, Sicilië, Napels, het hertogdom Milaan en er bestond een goede verstandhouding met de republiek Genua9• Deze streken waren voor Spanje van groot belang als graanschuur, als verbindingsweg naar het Keizerrijk en de Nederlanden, voor het rekruteren van troepen, voor de fiscale opbrengsten en vanwege het prestige dat het heersen over
.
 
Italiaans grondgebied met zich mee bracht 10
In 1607, bij de aankomst van Bedmar te Venetie, was het conflict tussen deze stad en
•
 
Rome volop in ontwikkeling. Dit conflict, dat twee jaar voordien was ontstaan, zou later ontsporen met de zogenaamde samenzwering. Spanje en Frankrijk probeerden elkaar te overtroeven in de rol van bemiddelaar maar achter de schermen verleende Spanje steun aan Rome en Frankrijk aan Venetië II
In 1605 wou paus Paulus V de capaciteiten onderzoeken van de nieuwe patriarch,

•
 
aangesteld door de Venetiaanse Senaat 12
De Republiek protesteerde tegen deze

inmenging door maatregelen te nemen tegen de progressieve accumulatie van
•
 
 goederen door de Kerk en tegen de sterke toename van religieuze stichtingen13 In dat: elfde jaar berechtte de Raad twee geestelijken in plaats van hen over te leveren aan de kerkelijke autoriteiten. Daarop volgend sprak Paulus V de haan uit over de Republiek. Hij rekende hierbij op de steun van de Spaanse vorst. Venetie negeerde de uitspraak en moedigde in mei 1606 haar priesters aan de sacramenten te blijven
•
 
toedienen. In plaats van de staat te gehoorzamen, verkozen o.a. de Jezureten de stad te

•
 
verlaten 14
Andere bronnen spreken van een verbanning 15
Een groep theologen

•
 
verdedigde Venetie, onder hen Paolo Sarpi, die in januari 1606 werd benoemd tot specialist van de Republiek op religieus vlak 16
Omdat de mogelijke Spaanse onderhandelaars, Escalona, ambassadeur te Rome, en de hertog van Fuentes, gouvemeur van Milaan, er beiden nogal op uit waren het conflict te zien uitdraaien op een oorlog, verkozen Rome en Venetie een Franse bemiddelaar.





9 R VERMEIR, Spanje en de Zuidelijke Nederlanden tijdens de landvoogdij van Isabella, Aytona en de
Kardinaal-Infimt, 1629-1641., Gent, RU.G. (onuitgeg. doctoraatsverhandeling), 1998, p.8.
10 A. VERHAEGEN, op.cit., p.4.
I.A.A. THOMPSON, " Castile, Spain and the monarchy: the political community from patria natural to patria nacional" in: Spain, Europe and the Atlantic world, Cambridge, Cambridge University Press,
1995, p.l49.
 11 C. SECO, art.cit., p.636.
12 Ch. BEC, Histoire de Venise. Que sais-je?, Presses Universitaires de France, París, p.79.
13 C. SECO, art.cit., p.640.
14 Ch. BEC, loc.cit..
15 C. SECO, loc.cit..
16 Ch. BEC, loc.cit.. C. SECO, loc.cit.






-                                        

•
 
Kardinaal La Joyeuse was voorstander van een vredige oplossing zonder tussenkomst van Spanje 17


Bij zijn aankomst had don Alonso de la Cueva al onmiddellijk een ernstig geschil met de pauselijke nuntius (Berlinghiero Sessi, bisschop van Rimini). De nuntius wou namelijk geen verwelkomingsbezoek afleggen aan de ambassadeur omdat hij vond dat de pauselijke waardigheid gebood dat Bedmar eerst op bezoek kwam bij hem. La Cueva bracht daar tegen in dat Sessi de Franse ambassadeur ook a1s eerste had bezocht. Dit lag uiteraard gevoelig bij de Spanjaard die niet wou onderdoen voor zijn rivaal. De bisschop boog uiteindelijk na twee maanden onder de kordaatheid van

•
 
Bedmar 18
Het zou echter niet de laatste keer zijn dat la Cueva omwille van een

•
 
etiquette-aangelegenheid in een con: flict terecht kwam19


Don Alonso gafvolledige informatie door over het con: flict tussen Rome en Venetie aan Spanje. In 1607 volgde er een schikking maar de problemen bleven, volgens Bedmar wegens kwade wil van Venetie. De wetten over de kerkelijke goederen en over religieuze stichtingen werden niet herroepen. Wel regelde men, met de nodige problemen, de terugkeer van de bannelingen. Geestelijken werden gevangen gezet en vervolgd door Venetie. Ook bleef er bijvoorbeeld onenigheid over de bezittingen van de verbannen Jezuïeten en over de Venetiaanse eis i.v.m. de onafhankelijke benoeming van de patriarch. De theologen die voor de Republiek schreven tijdens de crisis, mochten niet vervolgd worden door de paus. Volgens Bedmar omdat Venetië niet wou bekennen dat hun medestanders ketters zijn en omdat ze hun verdedigers niet in de steek wilden laten20 • La Cueva merkte op dat ondanks het verzet tegen de paus,
de Venetia en erg gelovig bleven21•


Begin 1609 kreeg het broze bestand tussen Venetië en Rome een nieuwe deuk naar aanleiding van het aanstellen van een abt voor de abdij van Vangadicia. De paus stelde zijn neet: kardinaal Borghese, aan, tegen de wil van de Republiek die onmiddellijk in de tegenaanval ging door de tonen van de controversiele theologen te verhogen en twee geestelijken gevangen te zetten. Bedmar berichtte aan de Spaanse koning dat het volk de paus ervan beschuldigde meer om zijn eigen zaken te geven dan om die van de Kerk.
Begin maart snoerde het bestuur van Venetië de predikanten de mond wat betreft het meningsverschil met Rome. Een zekere broeder Fulgencia werd wel toegestaan tegen de paus te fulmineren, waar Bedmar zich over verontwaardigde. Hij legde de oorsprong

17 C.SECO, art.cit, pp.641-642.
18 ibid., pp.642-643.
19 Zie infra, conflict met Gondomar, pp.56-57.
20 ibid., pp.643-645.
21 ibid., p.647.

van het probleem bij de zaak Vangadicia. Uiteindelijk werd het conflict beslecht doordat Borghese ontslag nam in ruil voor een toelage en dat er een Venetiaans gezinde abt werd aangesteld22 .


Don Alonso had als opdracht meegekregen de Fransen te overtroeven in hun rol als bemiddelaar in het conflict en er tegelijkertijd op toe te zien dat Rome werd bevoordeeld. Hij moest echter met lede ogen op toezien dat het de Franse ambassadeur was die erin slaagde de preken van broeder Fulgencia te laten verbieden. Wel kreeg hij snel inzicht in de verdeeldheid van de Venetianen. Bedmar polariseerde de onvrede gecreeerd door de inbreuk van de Venetiaanse oligarchie op de geloofsgevoelens van het volk.
In 161O, wat voor Filips III een moeilijk jaar was door de opkomst van de Liga van Italie en de oorlogsdreigingen van Hendrik IV, rekende la Cueva reeds op een groep dissidenten die de pauselijke politiek en dus ook Spanje toegenegen waren. Toen de Franse koning stierf, verdween de dreiging van een oorlog23• Zowel de markies van Bedmar, de hertog van Osuna (onderkoning van Napels) en de markies van Villafranca (Spaans gouvemeur van Milaan), deden veel moeite om de Spaanse overheersing in Italie te verzekeren. Ze waren alle drie misnoegd over het verdrag van Pavía, waarin stond dat Spanje zijn troepen uit de Spaans-Italiaanse gebieden moest terugtrekken, met uitzondering van de gewone garnizoenen24• Filips III stuitte dan ook op twee reacties: de eerste oorlog van Montferrato en een oorlog in de Adriatische Zee tussen Napels en Venetie. De Spaanse hertog van Osuna, onderkoning van Napels, steunde de Slavische piraten uit Kroatie en Illirie in hun sabotage van de Venetiaanse handelsvloot. Tegelijkertijd heerste er op gerustheid in Venetië over de Spaans­ Romeinse opposanten25•


De ontevredenheid van Bedmar, Osuna en Villafranca over de tanende Spaanse invloed op Venetie, leidde volgens Franse en ltaliaanse bronnen tot de 'samenzwering'. Spaanse bronnen doen die samenzwering af als een verzinsel van Venetië om hun drie landgenoten in diskrediet te brengen.
Het 'komplot' zou gepland zijn voor de dag van Hemelvaart in 1618. Alonso de la Cueva zou de huurlingentroepen van Venetië hebben omgekocht en Osuna zou uit Frankrijk verbannen huurlingen op de stad afgestuurd hebben26• Men zou het Arsenaal, het paleis van de doge en de Senaat in brand steken of doen ontploffen, terwijl Milanese troepen en piraten, gerekruteerd door de onderkoning van Napels,



22 ibid., pp.648-650.
23 lbid., p.651.
24 "Cueva (Alfonso de la, Marqués de Bedmar)" ih: Enciclopedia Universal Ilustrada..., p.1046.
25 C. SECO, art.cit., pp.650-651.
"Cueva (Alfonso de la, Marqués de Bedmar)" in: Enciclopedia Universal Ilustrada..., p.l 046.
26 "Cueva (Alfonso de la, Marqués de Bedmar)" in: Enciclopedia Universal Ilustrada..., p.l046.

zich zouden storten op de vloot. Een Spaans eskader zou binnendringen langs de Adriatische kust om de ondememing te steunen27• De uitvoering van het plan zou een vertraging ondergaan hebben, gedurende dewelke twee Franse medeplichtigen de samenzwering bekend maakten aan de regering van de Republiek28 • De Raad van Tien liet de verdachte vreemdelingen ophangen of verdrinken. De vreemdelingen hadden hun haat voor de Turken gemeen, waarmee de Republiek probeerde samen te spannen tegen Spanje.
Het gewapende volk viel het huis van la Cueva aan die met gevaar voor zijn leven en vermomd de stad verluier 9 • Beschermd door zijn diplomatieke onschendbaarheid, vluchtte hij naar Milaan en werd van daaruit naar de Zuidelijke Nederlanden gestuurd door Filips III In Venetië werd hij op 30 augustus 1619 vervangen door Don Luigi Bravo d'Acugna.


Franse bronnen, overtuigd van het bestaan van de samenzwering, voeren aan dat deze een uitvloeisel was van de politiek die Spanje al jaren voerde ten aanzien van Venetie en verklaren de stilte die de Republiek rond de samenzwering bewaarde (er bestaat geen enkel officieel document van, noch is er klacht neergelegd bij de Spaanse koning) als een oplossing voor Venetie om af te zien van een oorlogsverklaring aan het veel machtigere Spanje30•
Seco daarentegen ziet de samenzwering dan weer als een meesterlijk verzinsel van het Venetiaanse bewind om zich te bevrijden van de kem van gevaarlijk misnoegde huursoldaten. De 'samenzwering van 1618' sloot het incident af dat was begonnen in 1605, raar Venetië slaagde er niet onmiddellijk in de interne verdeeldheid ongedaan temaken.


Het initiatief voor een agressieve buitenlandse politiek in Italië lag niet enkel bij de diplomaten. Bedmar, Osuna en Villafranca werden gesteund door Madrid. Filips III en de Raad van State zorgden ervoor dat hun vertegenwoordigers in het buitenland krachtige persoonlijkheden waren en ze steunden hen in het beschermen van de Spaanse reputación31 • Voor Filips III betekende de mislukte samenzwering echter toch een verlies aan prestige. Ook voor Bedmar was zijn overhaast vertrek uit Venetië en zijn overplaatsing naar Brussel niet het meest ideale resultaat van zijn eerste ambtstermijn als ambassadeur.




27 RS., "Bedmar, Don Alonso della Cueva, marquis de)" in: La Grande Encyclopédie..., p.  II29.
28 "Bedmar, Alonso de la Cueva y Benavides, marchese di" in: Grande Dizionario Enciclopedico, II, Unione Tipografico, Editrice Torinese, p.270.
29 "Cueva {Alfonso de la, Marqués de Bedmar)" in: Enciclopedia Universalllustrada..., p.l046.
30
RS., "Bedmar, Don Alonso della Cueva, marquis de)" in: La Grande Encyclopédie..., p. II29.
31 M.S. SÁNCHEZ, Dynasty, state and diplomacy in the Spain of Philip III, U.M.I. Dissertation
Services, Michigan, 1988, pp.137-139.

No hay comentarios:

Publicar un comentario